Een voorproefje van het verhaal 'Zoeken Peng panda'

‘Het bevalt me hier helemaal niks,’ mompelde Timo Toekan, terwijl hij achter zijn beste vriend Co de Rups aanliep de duisternis in. ‘Het is hier donker en klef en klam en ik hoor allemaal geluiden die ik niet ken.’
Co zweeg. Hij luisterde, terwijl om hen heen de bamboebladeren ritselden.
De twee vrienden bevonden zich aan de andere kant van de wereld. Ergens in een van China’s grootste bamboewouden.
Timo had in zijn leven veel bamboe gezien, onder andere in Avifauna waar hij vandaan kwam. Maar die bamboe was hooguit een meter of drie, misschien vier hoog. De bamboe die hier groeide was misschien wel dertig of veertig meter hoog.
Op zich niet erg, maar doordat al die bamboe zo door elkaar groeide, was het hier pikkedonker. Het kleine beetje licht dat ze kregen kwam van de enorme zon, die hoog boven hen aan de hemel stond.
‘We zijn in de buurt, Timo,’ zei Co. ‘Nog even volhouden.’
‘Dat roep je al de hele tijd!’ zei Timo kwaad. ‘Nog even volhouden! Ik houd het al heel lang niet vol.’
‘Marcel heeft ons niet voor niets hierheen gestuurd. We kunnen toch niet met lege handen bij hem aankomen?’
Timo zuchtte nog eens diep.
Voetje voor voetje slopen de twee vrienden door het bamboebos.
Ineens klonk er een ijselijke kreet. Timo en Co verstarden. Er klonk geritsel op zo’n meter of twee, drie bij hen vandaan.
‘W-wat w-was dat?’ rilde Timo.
‘Geen idee,’ fluisterde Co.
‘WRAA WRAA!’ klonk het weer.
Het geritsel nam toe en ineens schoot er iets zwarts uit de struiken tevoorschijn. Het kwam recht op Timo en Co af.
Timo schrok zo dat hij een stap naar achteren zette. Bij zijn voet voelde hij een wortel, waardoor hij achterover viel.
Ook zijn vriend verloor het evenwicht en viel bovenop hem.
Het zwarte monster krijste nog eens. ‘WRAA! WRAA! WRAA!’ en stortte zich toen bovenop hen…

Wij maken gebruik van cookies.